A

A

Berekening kans op verlagen

Wij hebben de kans op verlaging in 2023 bepaald op basis van de tweeduizend economische scenario’s uit de haalbaarheidstoets. In 33% van de scenario’s vindt een verlaging plaats op 1 januari 2023. Wij merken hierbij op dat de kans beïnvloed worden door de (relatief positieve) economische veronderstellingen, die ten grondslag liggen aan de berekeningen. De kans op verlaging is een heel klein beetje waarschijnlijk (kans 3 op 10).

Toezicht door DNB

De toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) ziet nauwlettend toe op een pensioenfonds. In de regelgeving zijn er criteria vastgesteld voor wanneer een pensioenfonds moet overgaan tot verlaging van de pensioenen en/of pensioenaanspraken. Doel van deze verlaging (korting) is altijd om de dekkingsgraad versneld te verhogen. De wijze waarop de verlaging wordt uitgevoerd, wordt besloten door het bestuur van het pensioenfonds.

Voor de verplichting om te verlagen zijn twee criteria:

  1. Een pensioenfonds heeft een beleidsdekkingsgraad onder de minimaal vereiste dekkingsgraad (voor SPOA 104,2%). Deze situatie mag niet langer dan vijf jaar voortduren. Wordt die vijf jaar overschreden, dan moet per direct een verlaging worden doorgevoerd, zodat de actuele dekkingsgraad weer boven de 104,3% komt. Momenteel wordt een Pensioenakkoord uitgewerkt. Onderdeel daarvan is verlaging van de grens waarop gekort moet worden naar 90%.De minimaal vereiste dekkingsgraad blijft 104,3%. 
  2. Een pensioenfonds heeft een beleidsdekkingsgraad die onder de vereiste dekkingsgraad ligt (voor SPOA 116,3%). In dit geval moet het fonds een herstelplan maken. Met het herstelplan (een rekenmodel) moet het fonds aantonen dat binnen tien jaar de beleidsdekkingsgraad weer boven de vereiste dekkingsgraad ligt. Als dat niet het geval is, moet het fonds een zodanige verlaging doorvoeren, dat dit doel wel bereikt wordt. Momenteel wordt een Pensioenakkoord uitgewerkt. Onderdeel daarvan is verlenging van de hersteltermijn van 10 naar 12 jaar.

Voorwaardelijkheidsverklaring 2022

Onvoorwaardelijke verhoging 1,50%

(alleen voor ouderdomspensioen van actieve en gewezen deelnemers)

Uw pensioenfonds verhoogt uw opgebouwde pensioen elk jaar met 1,50%. Dit is het onvoorwaardelijke deel van de verhoging. De onvoorwaardelijke verhoging stopt op het moment dat u met pensioen gaat. Bij eventueel vervroegen van de pensioendatum wordt rekening gehouden met de onvoorwaardelijke toeslagverlening die u anders had gekregen tot de pensioenrichtleeftijd.

Voorwaardelijke verhoging (voor alle deelnemers)

Daar bovenop probeert uw pensioenfonds de opgebouwde pensioen van alle deelnemers jaarlijks extra te verhogen. Dit is het voorwaardelijke deel van de verhoging. Een voorwaardelijke verhoging is mogelijk als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds minimaal 110% bedraagt. De komende jaren is de kans op voorwaardelijke verhoging klein. Eventuele extra verhogingen in enig jaar geven niet meteen ook recht op extra verhogingen in de toekomst.

Verhoging per 1 januari 2022

Het opgebouwde ouderdomspensioen van de actieve en gewezen deelnemers is per 1 januari 2022 met 1,50% verhoogd (onvoorwaardelijke verhoging). Het opgebouwde pensioen is per 1 januari 2022 niet extra verhoogd (voorwaardelijke verhoging).

Verhoging pensioen (overzicht van de afgelopen vijf jaar):

Verhoging

Onvoorwaardelijk

Voorwaardelijk

Prijsstijging

1 januari 2022

1,5%

0%

2,6%

1 januari 2021

1,5%

0%

1,0%

1 januari 2020

1,5%

0%

1,6%

1 januari 2019

1,5%

0%

1,5%

1 januari 2018

1,5%

0%

1,5%

Verlaging pensioen (overzicht van de afgelopen vijf jaar):

In het jaar:

Dat is per:

Verlaging:

2022

1 januari 2022

0,0%

2021

1 januari 2021

0,0%

2020

1 januari 2020

0,0%

2019

1 januari 2019

0,0%

2018

1 januari 2018

0,0%