Hoe ontvangt u uw pensioen?

Als u met pensioen gaat, ontvangt u eerst een opgave met de hoogte van uw ouderdomspensioen en uw eventuele partnerpensioen. U ontvangt uw pensioen maandelijks op uw bank- of girorekening. Op de uitkering houdt het pensioenfonds de wettelijk verplichte heffingen in.

SPOA betaalt netto pensioen uit 

SPOA houdt loonheffing (belasting) en een premie voor de Zorgverzekeringswet (ZVW) in op uw uitkering. Dit gebeurt automatisch, zodat u een nettobedrag krijgt uitgekeerd. Elk jaar ontvangt u een opgave waarop precies staat wat u dat jaar aan pensioen hebt ontvangen, en wat daarop is ingehouden aan belasting en premies. Dit hebt u nodig bij uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.

Loonheffingskorting

Als u 67 jaar of ouder bent, houdt SPOA bij het inhouden van de loonheffing geen rekening met loonheffingskorting. Dit doet de Sociale Verzekeringsbank bij de berekening van uw AOW-uitkering. Als u wilt dat de loonheffingskorting bij uw pensioenuitkering wordt toegepast, moet u hier een speciaal verzoek voor indienen. Stuur dit verzoek via het contactformulier op deze website. Belangrijk: loonheffingskorting kan maar bij één instantie worden toegepast.

Als u jonger bent dan 67 jaar, past SPOA de loonheffingskorting alleen toe als u dat aangeeft op het aanvraagformulier van uw pensioenuitkering. 

Wanneer krijgt uw ex-partner pensioen uitgekeerd?

Zodra uw ouderdomspensioen ingaat, heeft uw eventuele ex-partner op grond van de wet recht op uitbetaling van de helft van uw ouderdomspensioen dat tijdens uw huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd. Dit heet verevening. SPOA keert dit bedrag rechtstreeks uit aan uw ex-partner als u of uw partner hiervoor binnen twee jaar een verzoek hebt ingediend bij SPOA. Als uw ex-partner overlijdt, maakt SPOA het volledige ouderdomspensioen weer aan u over. Alleen als bij de echtscheiding in een overeenkomst of echtscheidingsconvenant verevening is uitgesloten, wordt geen ouderdomspensioen aan de ex-partner uitbetaald.

Verevening

Het verevende ouderdomspensioen ten behoeve van de ex-partner gaat in op het moment dat de deelnemer de pensioenrichtleeftijd bereikt en eindigt bij overlijden van de deelnemer. De uitkering van het ouderdomspensioen aan de ex-partner is dus afhankelijk van het leven van de deelnemer. Bij het overlijden van de deelnemer heeft de ex-partner recht op bijzonder partnerpensioen.

Conversie

Indien afgesproken is om op de ouderdomspensioenaanspraak conversie toe te passen dan is de aanspraak op (bijzonder) partnerpensioen en ouderdomspensioen tezamen geconverteerd naar een ouderdomspensioenaanspraak voor de ex-partner. Het ouderdomspensioen gaat dan in op het moment dat de ex-partner de pensioenrichtleeftijd bereikt en vloeit niet terug naar de deelnemer bij overlijden van de ex-partner. Bij deze optie is daarnaast geen recht meer op (bijzonder) partnerpensioen. De deelnemer en ex-partner zijn bij deze optie niet meer van elkaar afhankelijk en het recht op ouderdomspensioen voor de ex-partner is een zelfstandig recht.

Standaard wordt vervening toegepast, maar bij scheiding kan ervoor gekozen worden om conversie toe te passen (mits het pensioenfonds hiermee akkoord gaat).

Meer informatie over dit onderwerp vindt u in ons reglement .

SPOA werkt samen met