A

A
Gepubliceerd op 10-09-2019

Gevolgen pensioenakkoord

De AOW-leeftijd blijft 66,4 jaar in 2020 en 2021 en stijgt daarna minder snel. In het akkoord is overeengekomen dat voor iedereen de AOW- leeftijd iets minder snel zal stijgen dan in de huidige situatie. Dat betekent dat iedereen toch wat eerder met pensioen kan dan gedacht. De tragere stijging tot en met 2024 is reeds in wet- en regelgeving doorgevoerd. Buiten de overeengekomen AOW- leeftijd tot en met 2024 bevat het akkoord vooral voorstellen op hoofdlijnen. Veel moet nog worden uitgewerkt.

De AOW-leeftijd blijft wel stijgen. Jongere werknemers gaan dus nog steeds later met pensioen, al zal die stijging niet meer zo snel gaan. Jongeren hebben meer tijd om zich hierop voor te bereiden.

Ingang pensioen bij SPOA op AOW-leeftijd is mogelijk

Hoewel de pensioenrichtleeftijd bij SPOA op 68 jaar is vastgesteld, kunnen deelnemers al stoppen vanaf 55 jaar. Veel deelnemers stoppen dan ook eerder, bijvoorbeeld op de AOW-leeftijd. Wilt u eerder stoppen, of met deeltijdpensioen? Neemt u daarvoor tijdig contact met ons op. Minimaal een half jaar voor de beoogde pensioendatum! Dat kan bijvoorbeeld via de website.

De overgangsregeling zorgt voor een kleinere kans op korte termijn korting en de mogelijke korting valt lager uit

Op dit moment geldt een minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,2%. Als een pensioenfonds gedurende 5 jaar onder deze dekkingsgraad blijft, is een korting noodzakelijk tot het niveau van 104,2%. In de overgangsregeling is opgenomen dat de korting tot het niveau van 100% nodig is, in plaats van 104,2%. Dat zou betekenen dat de kans op een korting afneemt. Is een korting toch noodzakelijk, dan is die in elk geval 4,2%-punt minder hoog. Er is nog geen wetsvoorstel en de precieze invulling van de overgangsregeling is nog onduidelijk. Uiterlijk begin volgend jaar wordt hierover meer duidelijkheid verwacht.

Sneller korten en sneller toeslag

In het akkoord is voorgesteld dat de pensioenen in de toekomst sneller worden gekort en dat sneller toeslagen worden toegekend, afhankelijk van de economische situatie. De dekkingsgraad van 100% is daarbij het uitgangspunt. Bij een dekkingsgraad lager dan 100% wordt direct gekort (1/10e deel van het tekort onder de 100%), terwijl bij een dekkingsgraad hoger dan 100% direct toeslag wordt verleend (1/10e deel van het overschot boven de 100%). Daarnaast worden er nog extra maatregelen voorgesteld bij een fors tekort of overschot of langdurig tekort.


Het beleid in het voorgestelde pensioenstelsel is nog niet duidelijk en zal door een  stuurgroep in de komende jaren verder worden uitgewerkt.