De toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) ziet nauwlettend toe op een pensioenfonds. In de regelgeving zijn er criteria vastgesteld voor wanneer een pensioenfonds moet overgaan tot verlaging van de pensioenen en/of pensioenaanspraken. Doel van deze verlaging (korting) is altijd om de dekkingsgraad versneld te verhogen. De wijze waarop de korting wordt uitgevoerd, wordt besloten door het bestuur van het pensioenfonds.

Voor de verplichting om te korten zijn twee criteria:

  1. Een pensioenfonds heeft een beleidsdekkingsgraad onder de minimaal vereiste dekkingsgraad (voor SPOA ongeveer 105%). Deze situatie mag niet langer dan vijf jaar voortduren. Wordt die vijf jaar overschreden, dan moet per direct een korting worden doorgevoerd, zodat de actuele dekkingsgraad weer boven de 105% komt.
  2. Een pensioenfonds heeft een beleidsdekkingsgraad die onder de vereiste dekkingsgraad ligt (voor SPOA ongeveer 118%). In dit geval moet het fonds een herstelplan maken. Met het herstelplan (een rekenmodel) moet het fonds aantonen dat binnen tien jaar de beleidsdekkingsgraad weer boven de vereiste dekkingsgraad ligt. Als dat niet het geval is, moet het fonds een zodanige korting doorvoeren, dat dit doel wel bereikt wordt. In het herstelplan wordt ook een kritische dekkingsgraad berekend. Als de beleidsdekkingsgraad deze grens passeert, is het fonds niet in staat om de beleidsdekkingsgraad in tien jaar boven de vereiste dekkingsgraad te laten stijgen. Het meetmoment hiervoor is 31 december van een kalenderjaar. Het fonds moet in dat geval een korting doorvoeren.

SPOA werkt samen met