Het bestuur van het pensioenfonds bestaat uit zes leden, die vanaf 21 augustus 2006 worden voorgedragen door de ledenvergadering van de beroepspensioenvereniging (BPOA).
De belangrijkste taak van het bestuur is het goed beheren van de pensioengelden. De premies moeten worden geïnd, de pensioenen uitbetaald en de middelen belegd. De beleggingsactiviteiten worden in het jaarverslag van het pensioenfonds besproken.
Het pensioenfonds moet zich houden aan de voorschriften, zoals deze vermeld staan in de Wvb (Wet verplichtstelling beroepspensioenfondsen).
Een onafhankelijke instantie, De Nederlandsche Bank, ziet erop toe dat dit gebeurt en controleert ook of de pensioengelden op een goede manier worden beheerd.
Een onafhankelijke actuaris (verzekeringswiskundige) controleert of het pensioenfonds voldoende middelen heeft om aan de verplichtingen te voldoen. Hij voert daartoe actuariële berekeningen uit waarin allerlei toekomstige ontwikkelingen zijn opgenomen.
Een onafhankelijke accountant controleert de jaarstukken.
Sinds de nieuwe Wet verplichtstelling beroepspensioenfondsen in werking is getreden (01-01-2006) zijn er veel wijzigingen doorgevoerd.
Zo hebben wij de beroepspensioenvereniging opgericht, die voor het bestuur onder meer als verantwoordingsorgaan (VO) zal fungeren; wettelijk is het VO een separaat orgaan met andere bevoegdheden dan de vereniging zelf.. Dit betekent, dat het bestuur 'rekening en verantwoording' voor het gevoerde beleid zal afleggen en het bestuur decharge kan verlenen voor het gevoerde beleid naar aanleiding van de jaarstukken.
Anno 2011 heeft de minister van SoZaWe (Kamp) een wetsvoorstel voorgelegd aan de pensioensector, dat in principe een verduidelijking en vereenvoudiging moet zijn van de onderscheiden organen , die inmiddels in pensioenland een rol spelen.








