Wanneer u tijdens uw deelnemerschap geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, wordt de opbouw van uw pensioen geheel of gedeeltelijk premievrij voortgezet tot de 65-jarige leeftijd. Premievrije voortzetting wil zeggen dat u zelf geen pensioenpremie meer hoeft te betalen.
U moet het bestuur wel officieel verzoeken de premiebetaling over te nemen en u krijgt bericht of en zo ja, onder welke condities, het bestuur de premiebetaling overneemt.
De mate waarin de pensioenopbouw premievrij wordt voortgezet hangt niet alleen af van het percentage arbeidsongeschiktheid. Er wordt ook gekeken naar de premie die u voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid gewend was te betalen. Daarbij telt de eventuele extra premie voor de opbouw van een aanvullend pensioenkapitaal gewoon mee. Bij premievrije voortzetting wordt altijd van pensioenleeftijd 65 uitgegaan.
Als het percentage arbeidsongeschiktheid wordt aangepast, wijzigt ook de mate waarin de pensioenopbouw premievrij wordt voortgezet. Alleen als de arbeidsongeschiktheid afneemt zonder dat het inkomen naar evenredigheid stijgt, kunt u het bestuur verzoeken de premievrije pensioenopbouw op het hogere niveau voort te zetten.
Bovenstaande geldt voor deelnemers, geboren op of na 1 januari 1950.
Voor hen, geboren vóór 1 januari 1950 geldt de pensioenleeftijd van 62 jaar.
Voor allen geldt, dat het verzoek, gericht aan het bestuur, vergezeld dient te gaan van een rapport van officiële keuringsinstantie; bij ontbreken daarvan zal het bestuur een keuring aanvragen op uw kosten.
Onder premie wordt verstaan de basispremie zonder extra opslagen!








