Eerst kijken wij alleen naar de huidige pensioenregeling (deelnemer geworden na 1 januari 2000). Wanneer u en uw partner uit elkaar gaan, dan heeft uw partner geen aanspraak op partnerpensioen. Dat komt omdat er in de huidige regeling geen partnerpensioen standaard wordt opgebouwd. Ieder jaar wordt een risicoverzekering afgesloten voor het overlijdensrisico gedurende dat jaar. Na afloop van het jaar staat alles weer op nul en wordt een nieuwe eenjarige verzekering afgesloten. Zolang u geen nieuwe partner heeft, wordt de risicopremie aangewend voor de opbouw van ouderdomspensioen. Onderstaande geldt voor hen, die al deelnemer waren vóór 1 januari 2000 en waarvan de partner bij het pensioenfonds geregistreerd was.
In de tot 1 januari 2000 geldende pensioenregeling werd wel partnerpensioen opgebouwd. De overgangsbepalingen van de nieuwe regeling stellen het per 31 december 1999 opgebouwde partnerpensioen veilig. Dat betekent, dat als u gaat scheiden van een partner die u al had op 31 december 1999 er bij scheiding een aanspraak op partnerpensioen wordt toegekend.
Wanneer de scheiding of de beëindiging van het partnerschap plaatsvindt na beëindiging van de deelneming dan houdt uw partner recht op het partnerpensioen waar u bij de beëindiging van de deelneming eventueel voor hebt gekozen (zie de vraag 'Is er nog partnerpensioen of wezenpensioen verzekerd nadat ik mijn deelnemerschap heb beëindigd').
Het gaat hier overigens niet om dwingende wetgeving. Als u en uw partner het anders willen regelen dan kan dat.








