Nee, het gegarandeerde partnerpensioen dat bij de invoering van de nieuwe regeling is toegekend wegens opbouw vóór 1 januari 2000 wordt niet meer gewijzigd. Het partnerpensioen uit de nieuwe regeling daalt echter wel sterk als u minder premie gaat betalen. Om u te laten zien hoe dat in zijn werk gaat geven wij een toelichting en een rekenvoorbeeld.
De overgangsbepalingen in het nieuwe reglement garanderen het nabestaandenpensioen dat op 31 december 1999 in de oude regeling was opgebouwd. Er vindt echter een omzetting plaats in een partnerpensioen dat past bij de nieuwe pensioenregeling. Dat is nodig omdat in de nieuwe regeling 28.500 euro (2011) partnerpensioen is verzekerd tijdens het deelnemerschap en daarna niets, tenzij de deelnemer erom verzoekt. Wanneer het oude nabestaandenpensioen gewoon zou blijven staan, dan ontstaat in veel gevallen tijdens het deelnemerschap een fiscaal bovenmatig partnerpensioen. Het oude partnerpensioen wordt daarom "opgeschoven" tot na de pensioendatum, zodat er geen overlapping meer is met het partnerpensioen volgens de nieuwe regeling. Het opgeschoven pensioen gaat dus alleen in als de deelnemer na de pensioendatum overlijdt. De totale waarde van het gegarandeerde pensioen gaat door het opschuiven omlaag, daarom wordt ter compensatie het nominale bedrag verhoogd.
De fictieve deelnemer waar wij verder van uitgaan heeft een gegarandeerd partnerpensioen van 15.882,31 euro. Het in de nieuwe regeling verzekerde partnerpensioen bedraagt 28.400 euro, althans indien de volledige basispremie van 11.400 euro per jaar wordt betaald. Vanaf 1 januari 2000 zou er dus een partnerpensioen zijn van 44.282,31 euro tijdens het deelnemerschap en 15.882,31 euro daarna. Het gegarandeerde pensioen wordt echter opgeschoven tot na de pensioendatum en ter compensatie verhoogd met bijvoorbeeld 20% tot 19.058,77 euro. Door deze omzetting is tijdens het deelnemerschap 25.000 euro verzekerd en daarna 19.058,77 euro.
Als de deelnemer door omstandigheden 3.420 euro (30%) in plaats van 11.400 euro premie gaat betalen, dan is er voor de deelnemer geen 28.400 euro partnerpensioen meer verzekerd maar 8.520 euro (30%).
De hiervoor genoemde 19.058,77 euro voor de periode na beëindiging van het deelnemerschap blijft staan. Het resultaat is een verzekerd partnerpensioen van 8.520 euro tijdens het deelnemerschap en 19.058,77 euro daarna.
Tot slot de situatie waarin de deelnemer het deelnemerschap helemaal beëindigd. In dat geval zou alleen het opgeschoven partnerpensioen overblijven, tenzij de deelnemer bij beëindiging van het deelnemerschap voor een partnerpensioen heeft gekozen. Het opgeschoven partnerpensioen wordt bij volledige beëindiging van het deelnemerschap echter weer omgerekend naar een normaal partnerpensioen. Alles uiteraard opnieuw zonder enig verlies aan waarde.








