Begrippen
Actuaris
Een actuaris is een 'verzekeringswiskundige'. Hij combineert statistische, economische en wiskundige technieken en gegevens. Met behulp van deze 'verzekeringswiskunde' bepaalt de actuaris hoe hoog een koopsom of premie moet zijn voor bepaalde verplichtingen. Verder houdt de actuaris zich bezig met het samenstellen van modellen om verplichtingen en beleggingen van een pensioenfonds of een verzekeraar optimaal op elkaar af te stemmen ('matching') en om de samenstelling van het beleggingspakket te optimaliseren.
Anw
Afkorting voor de Algemene nabestaandenwet. De Anw voorziet in (inkomensafhankelijke) uitkeringen bij overlijden van een verzekerde aan de man of vrouw met wie de verzekerde was gehuwd of ongehuwd samenwoonde. Tevens kent de Anw een uitkering voor de ex-echtgeno(o)t(e) ten opzichte van wie de overleden verzekerde een alimentatieplicht had, en voor kinderen die door het overlijden van een verzekerde ouderloos zijn geworden.
AOW
Afkorting voor de Algemene Ouderdomswet. Het is een volksverzekering, die geldt voor alle ingezetenen van Nederland en voor diegenen die in dienst zijn van een Nederlandse werkgever. De uitkeringen gaan in op de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt. De hoogte van de uitkeringen is niet afhankelijk van het loon dat gedurende een eventuele loopbaan is verdiend, maar is afhankelijk van de burgerlijke staat en de gezinssituatie waarin de verzekerde verkeert.
AWW
Afkorting voor de Algemene Weduwen- en Wezenwet. De AWW is per 1 juli 1996 vervangen door de Anw.
Bedrijfstakpensioenfonds
Een bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit voor één of meer bedrijfstakken. In principe zijn alle werknemers en soms ook een aantal zelfstandigen uit die bedrijfstakken voor hun pensioen verzekerd bij dit bedrijfstakpensioenfonds. Soms zijn de werkgevers volgens een CAO verplicht om zich aan te sluiten, maar meestal zijn ze verplicht krachtens de wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Het bedrijfstakpensioenfonds voert één verplichte pensioenregeling uit voor alle werknemers in de bedrijfstak, meestal tegen een uniforme premie.
Beleggingsbeleid
Een pensioenfonds is verplicht om op solide wijze te beleggen. Het beleggingsbeleid van een pensioenfonds is enerzijds gericht op het zoveel mogelijk uitsluiten van beleggingsrisico's en anderzijds op het behalen van een zo hoog mogelijk rendement. Bovendien moet de afstemming van beleggingen op de verplichtingen kloppen: het pensioenfonds moet op het juiste moment aan haar verplichtingen kunnen voldoen.
Beschikbare premieregeling
De pensioenregeling van S.P.O.A. is een beschikbare premieregeling. U betaalt jaarlijks een premie voor de opbouw van uw pensioen. Deze premies worden belegd. Vooraf is niet bekend wat het uiteindelijke rendement op deze beleggingen zal zijn en hoe hoog uw jaarlijkse pensioenuitkering zal zijn. Met behulp van actuariële grondslagen en methoden wordt bij pensioneren de precieze hoogte van het pensioen vastgesteld. Bij andere typen pensioenregelingen wordt eerst de pensioenhoogte en vervolgens de hoogte van de premies vastgesteld.
Bestuurstaken pensioenfonds
Het bestuur van een pensioenfonds stelt het pensioenreglement vast, bepaalt de hoogte van premies en technische voorzieningen, zorgt voor administratie van aanspraken, beleggingen en uitkeringen, voert het beleggingsbeleid uit, sluit herverzekeringsovereenkomsten af en regelt de dagelijkse gang van zaken. Het bestuur kan een deel van deze taken delegeren aan anderen, maar het blijft zelf eindverantwoordelijk.
Deelnemer
De Pensioen- en SpaarfondsenWet (PSW) definieert een deelnemer als een persoon, ten bate van wie gelden in een pensioenfonds worden bijeengebracht. In een meer algemene definitie zijn deelnemers de personen die deelnemen aan een pensioenregeling en die op grond daarvan aanspraken op ouderdomspensioen verwerven. Zo'n pensioenregeling kan worden uitgevoerd door een pensioenfonds of een levensverzekeringsmaatschappij.
Dekkingsgraad
De verhouding tussen enerzijds de contante waarde van de op dat moment geldende reglementaire pensioenaanspraken en anderzijds het aanwezige vermogen. Het aanwezige vermogen is de som van de contante waarde van pensioenaanspraken die op dat moment zijn gefinancierd, en de eventuele algemene en extra reserve.
Eindloonregeling
Pensioenregeling waarin de hoogte van het (behaalbare) ouderdomspensioen afhangt van het salaris dat de deelnemer direct voorafgaand aan de pensioendatum verdient.
Geregistreerd partnerschap
Op 1 januari 1998 is de Wet geregistreerd partnerschap voor ongehuwden in werking getreden. Deze wet heeft onder meer tot gevolg dat een bij de burgerlijke stand geregistreerde partner voor pensioenrechtelijke zaken wordt gelijkgesteld met een gehuwde.
Gewezen deelnemer
In de meest eenvoudige definitie is een gewezen deelnemer een persoon voor wie niet langer gelden worden bijeengebracht in een pensioenfonds. Deze beschrijving van het begrip "gewezen deelnemer" volgt uit het a contrario uitleggen van artikel 1 uit de Pensioen- en Spaarfondsenwet. Ook de gepensioneerde (die dus pensioen ontvangt) is niet langer deelnemer.
Halfwezenuitkering
Uitkering aan de ouder of verzorger die een kind in zijn huishouden heeft of opneemt, dat jonger is dan 18 jaar, en dat als gevolg van het overlijden van één van de ouders nog maar één ouder heeft. De halfwezenuitkering vloeit voort uit de Anw en bedraagt 20% van het netto minimumloon.
Middelloonregeling
Pensioenregeling waarin de hoogte van het (behaalbare) ouderdomspensioen is gebaseerd op de gemiddelde pensioengrondslag die tijdens het deelnemerschap aan de pensioenregeling heeft gegolden.
Nabestaandenpensioen
Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen, soms ook voor wezenpensioen.
Niet-actieven
Aanduiding voor slapers en gepensioneerden. Zie ook: gewezen deelnemers.
Ouderdomspensioen
Pensioen, bestemd voor de financiële verzorging van de gerechtigde, nadat deze de in de pensioenregeling omschreven pensioenleeftijd heeft bereikt.
Partnerpensioen
Benaming voor een vorm van nabestaandenpensioen ten behoeve van de ongehuwde partner met wie een ongehuwde deelnemer aan een pensioenregeling een gezamenlijke huishouding voert. In veel pensioenreglementen is het weduwen- en weduwnaarspensioen onder de algemene term partnerpensioen gebracht.
Pensioen
Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen (meestal maandelijks), die het vroegere salaris vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Gemeenschappelijk kenmerk is, dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid. De opbouw van pensioenaanspraken vloeit voort uit arbeidsvoorwaarden, het is een vorm van beloning; dit kenmerk onderscheidt pensioen duidelijk van lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen.
Pensioenaanspraak
Een recht op toekomstige pensioenuitkeringen. De aanspraak op pensioen wordt onderscheiden van het ingegane pensioen.
Pensioendatum
De leeftijd waarop krachtens de pensioenregeling het ouderdomspensioen ingaat.
Pensioenverevening
Verdeling van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in geval van scheiding, zoals bedoeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.
Premie
Periodieke betaling die men aan de uitvoerder van een pensioenregeling is verschuldigd voor de financiering van een pensioenaanspraak. Indien de periodieke premiebetaling voortijdig wordt gestaakt, wordt die pensioenaanspraak verlaagd tot het zogeheten premievrije pensioen.
Premiesysteem
Een systeem van financieren van een pensioenregeling waarbij, voor de veiligstelling van de aanspraken die betrekking hebben op toekomstige jaren van deelneming, telkens een premie wordt vastgesteld die in de toekomst gelijkblijvend wordt verondersteld.
Premievrije pensioenopbouw
Wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, behoeft deze deelnemer in veel gevallen geen of een deel van de reglementaire pensioenpremie te betalen, terwijl de opbouw van het pensioen toch volledig door gaat.
Slapers
Aanduiding voor gewezen deelnemers aan een pensioenregeling, die na beëindiging van hun deelnemerschap premievrije aanspraken hebben behouden op pensioen. Slapers hoeven dus geen premies meer te betalen.
Zie ook: gewezen deelnemers.
Sterftetafel
Statistisch overzicht met betrekking tot onder meer sterftekans per leeftijd van een groep personen, zoals bijvoorbeeld alle mannen in de bevolking van Nederland. De meest recente Nederlandse sterftetafel is de tafel Gehele Bevolking Mannen (GBM), respectievelijk Gehele bevolking Vrouwen (GBV) in Nederland over de waarnemingsperiode 2000-2005. Deze sterftetafel is vastgesteld door het Actuarieel Genootschap.
Verevenen
Verdeling van tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken volgens de systematiek van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.
Vrijstelling van deelneming
Krachtens de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds is een vrijstellingsregeling vastgesteld met betrekking tot verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds. Deze voorziet in verplichte vrijstelling als aan zekere voorwaarden wordt voldaan. Het bedrijfstakpensioenfonds is daarnaast bevoegd ook op vrijwillige basis een vrijstelling verlenen.
VUT-regeling
Een regeling van vervroegde uittreding (VUT) uit het arbeidsproces vóór de reglementaire pensioendatum, op vrijwillige basis. Rechten uit een VUT-regeling worden in de regel niet veiliggesteld (zoals pensioenen). Werknemers kunnen dus geen "VUT-rechten" opbouwen. Overigens wil de overheid de fiscale facilitering van VUT-regelingen beëindigen.
WAO
Afkorting van Wet op de ArbeidsOngeschiktheidsverzekering. De WAO is een werknemersverzekering die voorziet in uitkeringen aan werknemers die langer dan een jaar geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de hoogte van het door de werknemer genoten (dag)loon, de leeftijd en de mate van arbeidsongeschiktheid.
Weduwenpensioen
Vorm van nabestaandenpensioen, dat - doorgaans levenslang - wordt uitgekeerd aan de weduwe van een deelnemer aan een pensioenregeling.
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding
Deze wet regelt dat de helft van het (tijdelijk) ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap is opgebouwd, wordt verdeeld (verevend) over degene die de rechten op pensioen heeft opgebouwd, en de ex-partner. De vereveningsgerechtigde (de ex-partner) krijgt hierdoor een rechtstreekse vordering op de pensioenuitvoerder van de vereveningsplichtige (de opbouwer van het pensioen).
Wezenpensioen
Nabestaandenpensioen dat na het overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling - tot het bereiken van een bepaalde leeftijd - wordt uitgekeerd aan de kinderen van de betrokken deelnemer.








